Vakantie en ziekte leiden in de zomervakantie – een periode waarin werknemers er weer op uit trekken – vaak tot vragen. Hoe zit het eigenlijk als een werknemer ziek is? Mag je vakantiedagen afschrijven? En welk loon moet je tijdens de vakantie doorbetelen?
In de praktijk bestaan hierover veel misverstanden. Hieronder zet ik de belangrijkste regels in verschillende situaties op rij.
Een werknemer die gedeeltelijk arbeidsongeschikt is en deels zijn eigen werkzaamheden verricht, moet voor de gehele vakantie verlof opnemen. Dat betekent dat vakantiedagen worden afgeschreven over;
De werknemer neemt dus verlof op voor zijn volledige contractuele arbeidsduur.
Wordt een werknemer ziek voordat de vakantie begint of tijdens een vakantie die al was vastgesteld voordat hij ziek werd? Dan geldt als uitgangspunt dat de vakantiedagen niet verloren gaan. De werknemer behoudt deze vakantiedagen en kan ze op een later moment opnemen. Alleen als de werknemer daar uitdrukkelijk mee instemt, mogen de vakantiedagen toch van het verlofsaldo worden afgeschreven. Die instemming moet duidelijk blijken; een werkgever kan dit niet eenzijdig bepalen.
Is een werknemer volledig arbeidsongeschikt en nog niet in staat om passende werkzaamheden te verrichten? Dan mogen vakantiedagen in beginsel niet worden afgeschreven. De gedachte hierachter is dat iemand die nog helemaal niet kan re-integreren, feitelijk ook geen vakantie kan opnemen in de zin van de wet.
Anders ligt het wanneer een werknemer al re-integratieactiviteiten verricht of passende werkzaamheden uitvoert. Wil deze werknemer op vakantie, dan worden de vakantiedagen wél in mindering gebracht op het verlofsaldo. Tijdens de vakantie worden de re-integratieverplichtingen tijdelijk opgeschort.
Een punt dat regelmatig over het hoofd wordt gezien: tijdens vakantie heeft een werknemer recht op zijn normale volledige loon, ook wanneer hij tijdens ziekte slechts een lager loonpercentage ontvangt. Dat betekent dat de werkgever tijdens de vakantie het volledige vakantieloon moet betalen.
Daaronder vallen niet alleen het basissalaris, maar ook looncomponenten die intrinsiek samenhangen met de werkzaamheden, zoals bepaalde vaste toeslagen of structurele vergoedingen waarop de werknemer normaal gesproken aanspraak heeft.
Voor wettelijke vakantiedagen geldt dat zij in beginsel vervallen zes maanden na afloop van het kalenderjaar waarin zij zijn opgebouwd. Voor bovenwettelijke vakantiedagen geldt een verjaringstermijn van vijf jaar.
Een belangrijke uitzondering geldt voor werknemers die door ziekte redelijkerwijs niet in staat zijn geweest vakantie op te nemen. In dat geval vervallen de wettelijke vakantiedagen niet na zes maanden.
Voor bovenwettelijke vakantiedagen kunnen schriftelijk afwijkende afspraken worden gemaakt. Ook cao’s bevatten regelmatig afwijkende bepalingen over vakantie tijdens ziekte, het vervallen van vakantiedagen en de wijze waarop verlof wordt afgeschreven. Controleer daarom altijd de toepasselijke cao en de afspraken in de arbeidsovereenkomst voordat vakantiedagen worden afgeschreven.
Vakantie tijdens ziekte is minder eenvoudig dan vaak wordt gedacht. Of vakantiedagen mogen worden afgeschreven, hangt af van de vraag of de werknemer volledig arbeidsongeschikt is, al re-integreert of gedeeltelijk werkt. Ook de loondoorbetaling tijdens vakantie kent eigen regels.
Laat u tijdig adviseren. Een onjuiste afschrijving van vakantiedagen of een onjuiste loonbetaling kan achteraf leiden tot discussies en loonvorderingen. Vragen over de juiste toepassing in een concreet geval? Bel of mail gerust, wij denken graag met u mee!
Omdat wij goed zijn in ons vak, kunnen we u helpen om uit te blinken in úw business. Wij hebben hart voor ondernemers en we geloven in duurzame partnerships. Daarbij denken we liever in oplossingen dan in belemmeringen. En we blijven altijd nieuwsgierig.