Negatief advies OR; wat als de bestuur toch besluit?

“We hebben maanden over dit dossier gesproken. We hebben een uitgebreid advies geschreven en een alternatief voorgesteld. En toch heeft de bestuurder dit naast zich neergelegd en besloten door te gaan.”

Het is een situatie die veel ondernemingsraden herkennen. Stel, een organisatie besluit een vestiging te sluiten. De OR heeft negatief geadviseerd en een alternatief voorgesteld. Niet omdat de ondernemingsraad tegen verandering is, maar omdat de financiële onderbouwing volgens de OR tekortschiet en alternatieven onvoldoende zijn onderzocht. Een week later ontvangt de OR het definitieve besluit: de bestuurder heeft besloten de vestiging te sluiten. Wat nu?

Een negatief advies is geen veto

Veel OR-leden denken dat een negatief advies een besluit kan tegenhouden. Dat is een misverstand. De bestuurder blijft degene die de uiteindelijke beslissing neemt. Hij mag dus afwijken van het advies van de OR. Maar dat betekent niet dat hij het advies naast zich neer mag leggen.

Wat gebeurt er als de bestuur het advies van de OR niet volgt?

Als de bestuurder een besluit neemt dat afwijkt van een negatief advies van de OR, geldt een wachttijd van één maand voordat het besluit mag worden. Binnen diezelfde termijn van één maand kan de OR beroep instellen bij de Ondernemingskamer. Dit beroepsrecht van de OR is geregeld in de Wet op de Ondernemingsraden

Waarom een zorgvuldig adviestraject belangrijk is

De Wet op de ondernemingsraden verplicht een bestuurder om de OR tijdig om advies te vragen. Dat advies moet nog van wezenlijke invloed kunnen zijn op de besluitvorming. Besluit de bestuurder uiteindelijk anders dan de OR heeft geadviseerd? Dan moet hij kunnen uitleggen waarom. Daarbij moet duidelijk zijn dat de argumenten van de ondernemingsraad serieus zijn meegewogen.

In de rechtspraak zie je steeds hetzelfde terugkomen: de rechter kijkt niet alleen naar het besluit zelf, maar vooral naar de manier waarop dat besluit tot stand is gekomen. 

  • Is de OR op tijd betrokken?
  • Heeft de bestuurder alle relevante informatie gedeeld? 
  • Zijn er alternatieven onderzocht?
  • Is inzichtelijk waarom het advies niet is gevolgd? 

Eerst het gesprek, daarna pas de procedure

Als advocaat krijg ik regelmatig de vraag of de OR direct naar de Ondernemingskamer moet stappen. Mijn antwoord is meestal: niet meteen. Een procedure is een belangrijk rechtsmiddel, maar ook een zwaar middel. Het kost tijd, geld en zet de verhouding tussen bestuurder en OR onder druk. Vaak is het verstandiger om eerst opnieuw het gesprek aan te gaan. Vraag de bestuurder om zijn afweging nader toe te lichten. Bespreek welke bezwaren voor de OR het zwaarst wegen. Soms blijkt dat een besluit nog kan worden aangepast of dat aanvullende afspraken mogelijk zijn. Dat levert vaak meer op dan een juridische procedure.

Wanneer kan de OR naar de Ondernemingskamer?

Soms is een procedure bij de Ondernemingskamer wel noodzakelijk. Bijvoorbeeld wanneer de bestuurder; 

  • de OR te laat heeft betrokken; 
  • belangrijke informatie heeft achtergehouden; 
  • het advies nauwelijks heeft meegewogen;
  • of een besluit neemt dat onvoldoende is gemotiveerd. 

De Ondernemingskamer beoordeelt vervolgens of de bestuurder in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar de zorgvuldigheid van het besluitvormingsproces. 

Wat kan de OR doen als de bestuurder het advies niet volgt?

Een OR staat sterker wanneer tijdens het adviestraject een goed dossier wordt opgebouwd. Dat betekent: 

  • stel kritische vragen;
  • vraag om ontbrekende informatie; 
  • leg bezwaren duidelijk vast;
  • werk waar mogelijk met concrete alternatieven;
  • zorg dat uit het advies blijkt welke belangen volgens de OR op het spel staan. 

Mocht het later tot een procedure komen, dan is dat dossier van grote waarde. Maar ook als het niet zover komt, helpt een goed onderbouwd advies om het gesprek met de bestuurder op niveau te voeren. 

Tot slot

Een bestuurder hoeft een negatief advies van de ondernemingsraad niet altijd te volgen. Maar hij mag het ook niet aan de kant schuiven alsof het slechts een formaliteit is. Goede medezeggenschap draait niet om winnen of verliezen. Zij draait om zorgvuldige besluitvorming, transparantie en het serieus wegen van verschillende belangen. Juist daarin ligt de kracht van de OR. En mocht de bestuurder die zorgvuldigheid uit het oog verliezen, dan biedt de WOR de OR een belangrijk vangnet. Gelukkig is dat in de praktijk meestal niet het einde van het gesprek, maar juist het begin van een beter gesprek.

Vragen?

Wij adviseren ondernemingsraden en bestuurders onder andere bij advies- en instemmingsprocedures en andere vraagstukken rondom medezeggenschap en de ondernemingsraad. Vraag of behoefte om even te sparren? Bel of mail gerust, wij denken graag met u mee!