Auteursrecht op advertenties

Het auteursrecht roept vragen op in diverse situaties. In de praktijk komt het bijvoorbeeld voor dat een werkgever een advertentie laat maken door een marketingbureau, voor het werven van nieuwe werknemers. Een relevante vraag die zich in dat kader voordoet, is aan wie het auteursrecht op de advertenties toekomt. Heeft de maker van de advertentie, dus het marketingbureau, de auteursrechten? Of komen de auteursrechten toe aan de adverterende werkgever?

Uitsluitend recht

Een auteursrecht is een uitsluitend recht van de maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst om het openbaar te maken en te verveelvoudigen. Een advertentie wordt als een auteursrechtelijk beschermd werk aangemerkt indien het een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt. Dat betekent, kort gezegd, dat het niet te veel op een eerder werk mag lijken, en dat er vrije, creatieve keuzes moeten zijn gemaakt door de maker van de advertentie. Dat zal veelal het geval zijn indien de advertentie een bijzondere vormgeving en unieke teksten heeft. Dit kan voor de meeste advertenties worden aangenomen.

Indien en voor zover de advertentie kan worden aangemerkt als een auteursrechtelijk beschermd werk, komen de auteursrechten in beginsel toe aan de maker van het werk. Dat is in beginsel de ontwerper, bijvoorbeeld een marketingbureau. Hierop bestaan weliswaar uitzonderingen. De rechten op werken die in een arbeidsrelatie zijn gemaakt, komen bijvoorbeeld toe aan de werkgever (werkgeversauteursrecht). Het is bovendien mogelijk dat er impliciete of expliciete afspraken zijn gemaakt tussen partijen, op basis waarvan het auteursrecht wordt overgedragen.

Advertenties op sociale media

In het kader van bijvoorbeeld advertenties op sociale media, bestaat er een relevante uitzondering. Indien een onderneming een werk als van haar afkomstig openbaar maakt, zonder daarbij een natuurlijk persoon als maker ervan te vermelden, wordt zij in beginsel als maker van dat werk aangemerkt. Met andere woorden: indien een werkgever adverteert met een advertentie die door een marketingbureau is gemaakt, dan wordt de werkgever in beginsel als de maker van het werk aangemerkt. Omgekeerd betekent dit dat indien het marketingbureau uit eigen naam adverteert, zij wordt geacht rechthebbende te zijn.

Indien een marketingbureau in opdracht van een werkgever een advertentie maakt voor de werving van personeel, dan is dat marketingbureau in beginsel de (auteurs)rechthebbende op die advertentie. Indien de werkgever die advertentie daarentegen uit eigen naam verspreidt, en daarbij niet de oorspronkelijke maker vermeldt, dan wordt de werkgever als rechthebbende gezien. Om verassingen achteraf te voorkomen, is het echter van belang om vooraf afspraken te maken.

Vragen over het auteursrecht of andere kwesties? Bel of mail mij gerust. Team Ondernemingsrecht denkt graag met u mee!

Lees ook mijn voorgaande blogs, zoals bijvoorbeeld:

Auteursrecht en ChatGPT