Mijn collega Stan de Kanter gaf in zijn eerdere blog al aan dat projectontwikkeling raakvlakken kent met uiteenlopende rechtsgebieden. De bouwsector wordt daarbij doorgaans vooral geassocieerd met civielrechtelijke vraagstukken. Minder voor de hand liggend, maar zeker niet minder relevant, is de rol van het strafrecht binnen projectontwikkeling.

Wat in de praktijk nog wel eens wordt onderschat, is dat overtredingen van vergunningsvoorschriften of milieuregelgeving niet uitsluitend bestuursrechtelijke consequenties hebben. Dergelijke overtredingen kunnen ook leiden tot strafrechtelijke vervolging op grond van de Wet op de economische delicten (WED). Een strafrechtelijke veroordeling, en in zekere mate reeds een strafrechtelijke vervolging, kan aanzienlijke juridische en commerciële consequenties hebben, waaronder hoge geldboetes, reputatieschade, vertraging of stillegging van projecten en mogelijke uitsluiting van aanbestedingen.

Maar hoe reëel is dat risico in de praktijk?

Strafrecht als sluitstuk van handhaving

Wie handelt in strijd met het omgevingsrecht, kan te maken krijgen met handhaving door de overheid. Ook een belanghebbende kan om handhaving verzoeken. De bestuursrechtelijke instrumenten die hierbij worden toegepast, zijn de last onder dwangsom, de last onder bestuursdwang en de bestuurlijke boete. Hoewel bestuursrechtelijke sancties ingrijpend kunnen zijn, heeft een strafrechtelijke vervolging doorgaans een nog zwaardere juridische en maatschappelijke lading.

Strafrechtelijk gezien kan een bestuurlijke strafbeschikking worden opgelegd op grond van artikel 257ba van het Wetboek van Strafvordering. Wie een strafbeschikking accepteert, betaalt een boete en erkent daarmee feitelijk schuld. Daarnaast is ook het Openbaar Ministerie bevoegd om strafrechtelijk te vervolgen wegens overtredingen en misdrijven in de zin van de Wet op de economische delicten (WED). Van belang is dat een bestuursrechtelijke sanctie een strafrechtelijke vervolging of veroordeling niet zonder meer uitsluit.

Dit roept de vraag op in welke situaties het strafrecht daadwerkelijk in beeld komt. Uit de rechtspraak blijkt in welke situaties het strafrecht daadwerkelijk wordt ingezet. Hierna worden dan ook twee voor de projectontwikkeling relevante praktijkvoorbeelden gegeven.

Uitspraken uit de bouwpraktijk

Handelingen van de onderaannemer, veroordeling van de ontwikkelaar 

Op 6 mei 2022 stond een projectontwikkelaar als rechtspersoon terecht in een strafzaak bij hof Den Haag wegens overtreding van aan een omgevingsvergunning verbonden voorschriften. De projectontwikkelaar was zowel aanvrager als houder van de betreffende vergunning en had voor het bouwrijp maken van enkele percelen grond een gespecialiseerde aannemer ingeschakeld. Deze aannemer schakelde op zijn beurt onderaannemers in, waarvan één in strijd met de vergunningsvoorschriften handelde.

Het ging onder meer om het vellen van houtopstand zonder voldoende rekening te houden met de natuur. Zo werden bomen gekapt terwijl zich daarin vogelnesten bevonden en werd onvoldoende acht geslagen op de aanwezigheid van broedende vogels in en rondom het plangebied. De werkzaamheden waren verstorend en schuilplaatsen bleven niet zoveel mogelijk intact, zoals de vergunning voorschreef.

Het hof oordeelde dat de gedragingen aan de projectontwikkelaar konden worden toegerekend. Doorslaggevend was dat zij vergunninghouder was en daarmee verantwoordelijk voor de naleving van vergunningsvoorschriften, ook wanneer feitelijke werkzaamheden door (onder)aannemers worden verricht.

De rechter verklaarde het feit wel bewezen, maar legde geen straf op (een zogenoemd rechterlijk pardon). Daarmee werd bevestigd dat een projectontwikkelaar als vergunninghouder strafrechtelijk aansprakelijk kan zijn voor overtredingen binnen het eigen project.

De staalslakkenkwestie 

Op 8 juli 2025 heeft de meervoudige strafkamer van rechtbank Rotterdam zich gebogen over een heuse ‘staalslakkenkwestie’. Op een perceel in Hellevoetsluis werd circa 63.000 ton staalslakken aangevoerd en toegepast. Voor deze toepassing golden specifieke voorwaarden op basis van een productcertificaat van de leverancier, die bij verdachte en medeverdachten bekend waren, maar niet werden nageleefd.

Zo had vooraf een zandlaag van een halve meter aangebracht moeten worden. In plaats daarvan werden de staalslakken rechtstreeks op de bodem toegepast. Ook had ter voorkoming van stofvorming licht gesproeid moeten worden, hetgeen is nagelaten. Hierdoor ontstond risico op bodemverontreiniging en gevaar voor de gezondheid van mens en milieu.

De rechtbank oordeelde dat de verdachte zijn milieuzorgplicht had geschonden en veroordeelde hem tot een taakstraf (met vervangende hechtenis) en een schadevergoedingsmaatregel.

Voorkomen beter dan genezen

Strafrechtelijke risico’s bij projectontwikkeling en bouwprojecten vormen zelden het begin van een probleem, maar zijn vaak het gevolg van onvoldoende aandacht in een eerder stadium van het project. De grootste risico’s ontstaan vaak al in de voorbereidings- en uitvoeringsfase.

Dat begint bij een zorgvuldige bestudering van vergunningsvoorschriften en productcertificaten, inclusief de kleine lettertjes. Daarnaast is strikt toezicht op de naleving door aannemers en onderaannemers essentieel. De verantwoordelijkheid van de vergunninghouder reikt in veel gevallen verder dan men in de praktijk veronderstelt.

Twijfelt u over de reikwijdte van een vergunningsvoorschrift of over de toepasselijke voorwaarden bij een specifiek product of bouwmateriaal? Tijdig juridisch advies of ondersteuning kan strafrechtelijke gevolgen voorkomen. Wij denken graag mee om uw projectontwikkeling juridisch zorgvuldig te laten verlopen.

Vragen over strafrecht in de bouw of andere vastgoedgerelateerde kwesties? Bel of mail gerust, wij denken graag met u mee!