Eerder schreven wij al over ESG, de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) en ook de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Even opfrissen: de CSDDD is de Europese richtlijn die grote Europese bedrijven verplicht om onderzoek te doen en concrete acties te nemen binnen hun waardeketens ter voorkoming en uitbanning van duurzaamheidsrisico’s (onder andere milieuschade en mensenrechtenschendingen). CSRD betreft de richtlijn die regelt hoe grote bedrijven over bepaalde duurzaamheidsaspecten moeten rapporteren. Het verschil tussen CSDDD en CSRD is dus kortgezegd dat de CSRD gaat over rapporteren, terwijl CSDDD zich meer richt op handelen.
De CSDDD is inmiddels wel effectief, maar op meerdere vlakken nog niet ‘definitief’. Hoe zit dat? Nou, zo!
De CSDDD is na lange onderhandelingen op 24 mei 2024 aangenomen door het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie. Per 25 juli 2024 werd de CSDDD vervolgens effectief. Aangezien het een zogenaamde ‘richtlijn’ betreft, dienen de regels van de CSDDD door de Europese lidstaten te worden omgezet in nationale regelgeving. De Europese lidstaten hebben daar in beginsel 2 jaar de tijd voor; die termijn loopt dus af in juli van dit jaar (2026). In Nederland zal de omzetting plaatvinden door middel van de introductie van de ‘Wet internationaal verantwoord ondernemen’ (de Wivo). Het wetsvoorstel voor de Wivo ligt op dit moment bij de Tweede Kamer. Definitieve implementatie zal daarom nog wel even op zich laten wachten.
Terwijl de implementatie van de Wivo dus nog loopt, heeft de Europese Commissie in 2025 alweer een omvangrijke vereenvoudiging aangekondigd van diverse duurzaamheidsrichtlijnen, waaronder de CSDDD en de CSRD. De vereenvoudigingen zijn aangekondigd als het ‘Omnibus-pakket’, dat erop gericht is om compliance complexiteiten die volgen uit onder meer deze richtlijnen, te verminderen. Kernelementen van het Omnibus-pakket zijn:
Het is nog afwachten hoe de aanpassingen uit het Omnibus-pakket hun weg vinden naar de Nederlandse wet. Hoewel het Omnibus-pakket bedoeld is om de regeldruk te verminderen, lost het de onderliggende duurzaamheidsproblematiek natuurlijk niet op. Duurzaamheidsrisico’s verdwijnen niet door minder papierwerk.
Voor MKB-ondernemingen lijkt het goede nieuws te zijn dat de complexiteit van de duurzaamheidsregelgeving voor hen zal worden verminderd. Of dat in praktijk ook zo zal uitvallen, is maar zeer de vraag. Grote bedrijven hebben vaak een machtspositie en onze verwachting is daarom dat zij ook na introductie van de Omnibus-versoepelingen hun gedetailleerde due diligence vragenlijsten gewoon over MKB-ondernemers zullen blijven uitstorten.
Het Omnibus-pakket betekent niet dat vraagstukken over duurzaamheid en ESG vanaf nu juridisch niet meer relevant zijn. De trend is wat ons betreft namelijk nog steeds dat duurzaamheidsregels omvangrijker, concreter en gedetailleerder worden (door wet- en regelgeving of andere vormen van normering). Het thema duurzaamheid blijft ook maatschappelijke relevant en het toezicht op naleving van duurzaamheidsregels zal steeds verder worden aangescherpt. Daarmee zal het handelen en nalaten van bedrijven die een duurzaamheids-footprint hebben (en wie heeft dat eigenlijk niet?), steeds vaker worden gesanctioneerd en leiden tot concrete aansprakelijkheid. Voor bedrijven die desondanks passief blijven, verschuift het aansprakelijkheidsrisico dus van ‘mogelijk’ naar ‘waarschijnlijk’.
Hoewel de Wivo nog niet in werking is, kunnen bedrijven zich daar natuurlijk wel al op voorbereiden. De redenen om dat te doen, zullen uiteenlopend zijn, maar in ieder geval kunnen bedrijven op die manier de genoemde ESG-aansprakelijkheidsrisico’s verminderen of zelfs voorkomen. Daarnaast kan het bedrijven in de toekomst, als de Nederlandse wetgeving wel concreet en bindend is, een strategisch voordeel opleveren ten opzichte van concurrenten die hebben stilgezeten.
Drie concrete stappen die bedrijven al kunnen nemen, zijn:
1) het inventariseren van de waardeketen en realistische duurzaamheidsrisico’s;
2) voorbeeld ESG-contractclausules uitwerken, eventueel op basis van ‘need-to-haves’ en ‘nice-to-haves’; en
3) processen inrichten om ESG-due diligence onderzoeken van (grote) partners efficiënt af te kunnen handelen.
In contractclausules kan onder meer een concrete afbakening worden opgenomen van de ESG-due diligence verplichtingen van iedere partij. Tevens kunnen contractuele garanties op het gebied van duurzaamheid worden bedongen, waardoor een wederpartij gemakkelijk(er) kan worden aangesproken. Partijen kunnen onderling ook afspraken maken over hoe duurzaamheidsrisico’s in de waardeketen door hen in de praktijk zullen worden aangepakt en wie daarvoor dan de kosten draagt.
Als uw contractpartners verplicht zijn of worden om duurzaamheidsrisico’s in de keten aan te pakken, dan raakt dat uw onderneming ook. Hoewel de details van wet- en regelgeving over duurzaamheid nog in ontwikkeling zijn, is de trend wel duidelijk: sterke publieke opinie, meer normen en regels, scherper toezicht. Aandacht voor en actie op het gebied van duurzaamheid is en blijft daarom een must. Voor bestuurders en management van ieder bedrijf met een footprint blijft het belangrijk – of zelfs noodzakelijk – om goed zicht te hebben op het duurzaamheidsspeelveld in de waardeketen van de onderneming. Dat maakt het mogelijk om eventuele risico’s adequaat te managen in bijvoorbeeld contracten, ook als wet- en regelgeving zich nog ontwikkelt.
Vragen over ESG-wetgeving of andere kwesties rondom uw ondernemerschap? Bel of mail gerust, wij denken graag met u mee!
Omdat wij goed zijn in ons vak, kunnen we u helpen om uit te blinken in úw business. Wij hebben hart voor ondernemers en we geloven in duurzame partnerships. Daarbij denken we liever in oplossingen dan in belemmeringen. En we blijven altijd nieuwsgierig.